Laatstejaars op reis: van Auschwitz tot het hart van Krakau

Dinsdag 27 mei, de bus staat al te ronken wanneer we gehaast de parking oprijden van onze geliefde bovenschool. Ik ben te laat — wel tien minuten. Na een terechte uitbrander* van de leerkrachten kunnen we eindelijk vertrekken, met z’n allen richting Polen. Bestemming van de reis: de concentratiekampen van Auschwitz.

De sfeer op de bus is best goed, ondanks het vroege uur en de vermoeidheid die bij velen voelbaar is. “Box af en slapen,” luidt het advies van de leerkrachten. Zonder al te veel vertraging komen we veilig aan in Oświęcim. De typische Sovjet-architectuur en het rustige dagelijkse leven dat we daar waarnemen, wekken de indruk dat deze trip misschien wat vlak zal verlopen. Maar niets blijkt minder waar.

Die avond genieten we van een van de beste pizza’s van Polen en een geweldige quiz, georganiseerd door onze reisbegeleiders. De positieve vibes zijn voelbaar en helpen ons om ons mentaal voor te bereiden op wat de volgende dag komt: het bezoek aan Auschwitz.

Bezoek aan Auschwitz
Vroeg in de ochtend vertrekken we naar het kamp. We staan stil voor de iconische poort met het opschrift “Arbeit macht frei” — de meest cynische boodschap die ik ooit heb gezien. Het is het begin van een ervaring die mijn ogen doet vollopen met tranen, bij de gedachte aan het immense verdriet en de pijn die elk slachtoffer hier moet hebben doorstaan.

We zien tonnen afgeknipt haar, persoonlijke bezittingen, en de lege blikken van het beruchte Zyklon B-gas — stille getuigen van de moordmachine die Auschwitz ooit was.

Daarna bezoeken we Auschwitz II (Birkenau). Tientallen barakken – het leken wel koeienstallen – staan in lange rijen naast elkaar. In elke barak moesten honderden, soms wel duizend mensen, samenleven en slapen in onmenselijke omstandigheden.

Ik vraag me meerdere keren af waarom mensen elkaar zoiets verschrikkelijks zouden aandoen. Het antwoord op die vraag heb ik niet gevonden. Opgelucht dat we deze plek konden achterlaten, maar een ervaring rijker, vertrekken we naar Krakau.

Krakau: een verrassing
Mijn verwachtingen over Krakau – qua infrastructuur en levensstijl – lagen eerlijk gezegd niet hoog. Maar ik moet toegeven dat ik compleet van mijn spreekwoordelijke sokken ben geblazen. De sfeer, het eten, de gebouwen… het deed me denken aan onze eerdere schoolreis naar Italië. De renaissance- en barokinvloeden deden het zelfs lijken alsof we een tussenstop in Firenze hadden gemaakt. Krakau is echt een aanrader voor wie, zonder veel geld uit te geven, een mooie vakantie wil beleven met een bruisend uitgaansleven. En geloof me: dat hebben we aan den lijve ondervonden. Want de ochtend nadien was het opstaan allesbehalve makkelijk.

Laatste dag
Op onze laatste dag verkenden we Krakau verder met een stadsspel en bezochten we de overblijfselen van het Joodse ghetto. Dankzij de e-steps werd alles een stuk makkelijker en had ik zelfs nog tijd om een (veel te duur) voetbaltruitje van het Poolse elftal te kopen als souvenir.

De valiezen mochten opnieuw de bus in, en we begonnen aan de terugrit naar huis. De leuke sfeer zat er ook nu weer goed in, met klassiekers als “Antwerpen” en “Polska jumpstyle” die door de boxen knalden.

Uiteindelijk kwamen we aan in het o zo mooie België. Na de bedankwoordjes van de leerkrachten kon iedereen eindelijk zijn of haar bed in, om wat welverdiende slaap in te halen.

*Noot van de leerkrachten:
Een vriendelijk uitbrandertje — met dank aan Thijs Lodewijckx, wiens twee keer te laat komen heeft geleid tot dit beklijvende (en stiekem schitterende) verslag.